Cultuur/kunst

1 2 3

Er was eens … een rare snuiter, een sprookjesachtige voorstelling door (groot)moeders voor hun (klein)kinderen

‘Er was eens …. een rare snuiter’ is een spannende en sprookjesachtige familievoorstelling voor kinderen en grote mensen vanaf 6 jaar en ouder in Laaktheater! Moeders en grootmoeders uit Laak en omgeving hebben de voorstelling zèlf geschreven. Ze spelen en vertellen de sterren van de hemel! Ze willen nog niets verklappen … Nou, een heel klein beetje dan: ze vertellen over iets wat ze belangrijk vinden, over verhalen die zijn ontstaan in Het Levensbomenbos. Het gaat eigenlijk over iets kleins, te klein om iets te zijn, maar als je goed kijkt en luistert, zie je en hoor je de magie …

Er was eens … een rare snuiter-Laaktheater 16 en 17 maart

– try out 16 maart 2019, aanvang 15.00 uur
– voorstelling 17 maart 2019, aanvang 15.00 uur
Kaartjes te reserveren via Laaktheater:
kassa@laaktheater.nl
Idee en begeleiding:
Anita Poolman, Martine de Moor
Muziekadvies:
Quirine van Hoek
Accordeon:
Melanie van Zweeden
Percussie:
Ignas te Wiel
Productieteam:
Aja Schwarz, Tarana Labuche, Stephanie Hermes, Noortje van der Kaaden
Het project is tot stand gekomen dank zij VSBfonds, Cultuurschakel, Fonds 1818, Gravin van Bylandt Stichting, Stadsdeel Laak, Stichting Mooi welzijn Laak, Stichting Beleef Taal.


repetitiefoto, foto Noortje v.d. Kaaden

Iedereen is kostbaar, een verhalen- en gedichtenbundel, uitg. Anita Poolman Producties, oktober 2018

Een verzameling van bonte en intieme verhalen en gedichten door vrouwen uit het Haagse stadsdeel Laak, gemaakt tijdens het vertel- en verhalenproject Een Snoer van Parels, januari – maart 2018.
Begin 2018 kwamen Haagse vrouwen uit Laak bij elkaar tijdens het project Een Snoer van Parels. Ze vertelden elkaar verhalen en inspireerden elkaar tot het schrijven van humoristische, roerende een aangrijpende verhalen en gevoelige gedichten. Een glanzend en waardevol snoer van allerlei parels: gave, witte parels of gebarsten, verkleurde parels. Parels van verhalen over verwondering, hoop, veerkracht en binding.
Soms leef ik met jullie verhalen mee.
Soms verdwaal ik tussen die van jullie en mij
tot ik plotseling in de diepte van mijn eigen zwijgende verhalen val.
(citaat: Nasreen Abbas Ibrahim)
De bundel is te koop bij de Haagse Kunstkring, Denneweg 64, Den Haag en in de Wereldwinkel, Kerkstraat 1B, Rijswijk
Prijs: € 5,00
(De uitgave is tot stand gekomen dank zij Stadsdeel Laak Gemeente Den Haag, Stichting Mooi welzijn Laak, Stichting Beleef Taal.)
image-2018-07-17
lezing in Laaktheater, 8 maart 2018

“Had ik maar …”, een theatrale voordracht; “If only I had …”, Engelse versie

Nos-TV 14 juli 2016

fragment uit NOS-uitzending juli 2016

De dramatische voordracht “Had ik maar …” is o.m. onderdeel van de training ‘Oumnia Works’ en geeft een aangrijpend beeld over wat er gebeurt in een gezin, als een dochter of een zoon in korte tijd een eigen weg inslaat en radicaliseert. Twee moeders vertellen wat ze meemaken: “het ergste van het ergste.” Anita Poolman heeft het script geschreven. Quirine van Hoek, violiste, verzorgt de muzikale omlijsting. De voordracht wordt afwisselend gebracht door Anita Poolman, Martine de Moor en Karima el Fillali.
Er is een Engelse versie beschikbaar onder de titel “If only I had …”. Op 15 februari 2017 is deze versie gespeeld onder begeleiding van de begenadigde ud-speler Amer Shanati tijdens the International Conference on Returning Foreign Terrorist Fighters in Den Haag.
Duur: 40 minuten.
Script/spel: Anita Poolman
Vioolbewerking/viool: Quirine van Hoek
Oumnia betekent hoop in het Arabisch, oum moeder. Doel van het de training Oumnia Works is vrouwen bewust te maken van de risico’s die hun kinderen lopen. “Had ik het maar geweten; had ik maar hulp kunnen halen.” Deze hartenkreet van ouders met kinderen die radicaliseerden, vormt het uitgangspunt van de training, die uit zeven modules bestaat en is ontwikkeld door een team van deskundige medeontwikkelaars. Tijdens de intensieve pilotfase hebben de moeders een belangrijke aandeel gehad in het vervolmaken van de training.
De training is een initiatief van Karima Sahla, directeur van Steunpunt Sabr/Den Haag, en wordt gefaciliteerd door Gemeente Den Haag. Vanaf januari 2017 is de training landelijk uitgerold. (Informatie Oumnia Works: 06-14427888, www.oumniaworks.nl)

‘Een Snoer van Parels’, een vertel- en schrijfproject over verwondering, hoop, veerkracht en verbinding

Tijdens de training ‘Een Snoer van Parels’ vertellen de deelnemers elkaar verhalen over hun levenservaringen, hun dromen, etc. Parels! Ze inspireren elkaar, schrijven hun verhalen op, maken gedichten. Al werkende weg krijgen ze onderricht in ‘hoe schrijf ik een tekst’ en ‘hoe presenteer ik mezelf’. De sessies kunnen resulteren in een bundel of een presentatie/lezing. Het allerbelangrijkste is de ontmoeting. Door verhalen leren we immers de ander kennen, geven we kleur aan de samenleving en rijgen we een kostbaar snoer van gave, gebarsten of glanzende parels.
De training is maatwerk. Van tevoren worden de wensen geïnventariseerd.
Aantal sessies: 6
Duur: 2 uur per sessie
Aantal deelnemers: 15
Organisatie: Stichting Beleef Taal/Anita Poolman Producties
Samenstelling training en begeleiding: Anita Poolman

In de periode januari – maart 2018 is het project uitgevoerd in de Haagse wijk Laak.
Op 8 maart lazen deelnemers voor uit eigen werk in het Laaktheater; op 7 oktober in de Haagse Kunstkring tijdens het feestelijk programma van het 10-jarig bestaan van Stichting Beleef Taal; op 19 januari 2019 tijdens het Winterverhalenfestival in Theater Dakota, Den Haag.
De bundel ´Iedereen is kostbaar´is in oktober 2018 verschenen en te koop bij de Haagse Kunstkring, Denneweg 64, Den Haag en in de Wereldwinkel, Kerkstraat 1b, Rijswijk. Prijs: € 5,00.
In 2019 wordt het project Een Snoer van Parels in verschillende wijkbibliotheken door geheel Den Haag uitgevoerd.

Een Snoer van Parels-lezing

Een groot geheim, een Poolse jeugdvoorstelling met een Nederlands tintje

Een Poolse jeugdvoorstelling met een Nederlands tintje door de Poolse Theatergroep Medea. Wie zijn we eigenlijk? Wat is nu toch het geheim …… ? We doen een plechtige belofte: nooit zullen we verklappen wat we hier gezien en gehoord hebben!
Laaktheater, Den Haag
13 en 27 november 2016
12 februari 2017

foto: Daniel Kempisty

foto-daniel-kempisty

“Er was eens …”, een cursus over de magie van verbeelden, (toneel)spelen en sprookjes

“Wie sprookjesogen heeft, ziet een wereld vol wonderen.” (H.C. Andersen)

Toneelspelen is een prachtig middel voor een kind om zichzelf en de omgeving te ontdekken. Kinderen vinden het heerlijk om “te doen alsof”, te fantaseren en te spelen.

Tijdens deze speelse ontdekkingsreis leren de leerlingen de basisbeginselen van (toneel)spelen. Ze leren zich bewust te bewegen in de ruimte; hun stem op verschillende manieren te gebruiken; te bewegen en te voelen als een ander: als een heks, reus, dwerg, prins, prinses, dier, etc. Ze leren, wat er allemaal gebeurt in sprookjes: goede en kwade dingen.

Alles draait om de verbeelding in het speellokaal dat wordt omgetoverd in een magische toneelruimte.

Doelgroep: groepen middenbouw basisonderwijs

Aantal leerlingen: maximaal 15

Duur: 10 sessies van 1 uur per week (in overleg kan de duur worden aangepast)

In het kader van ‘Verlengde Schooldag’ of anderszins

(Helen Parkhurstschool, Den Haag van april tot oktober 2016)

repetitie Repelsteeltje

“We moeten vluchten!”, herinneringen van een Haags meisje tijdens de bezettingsjaren

foto: René Verleg

foto: René Verleg

De generatie die de oorlog heeft meegemaakt wordt kleiner en kleiner, maar het verdriet, de herinneringen komen nog regelmatig naar boven. Onder oorlog zet je niet zomaar een streep. De voorstelling “We moeten vluchten!” is grotendeels gebaseerd op waargebeurde gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog. De oorlog bepaalt sluipend en steeds dramatischer het dagelijkse leven van een kunstenaarsgezin waarin theater en muziek centraal staan.
Barbara is een levenslustig meisje. Ze woont met haar ouders, haar zus Anna en haar broer Chris in Den Haag. Haar vader is acteur, een onzeker bestaan. Er is al jarenlang crisis. Veel mensen zijn werkloos. Haar ouders houden van elkaar, maar ze ruziën vaak. Meestal over geld. Als pappa piano speelt, vallen alle zorgen weg. Barbara heeft drie hartsvriendinnen: Eva, Wies en Katja. Ze vormen een klavertje vier: vier blaadjes verbonden door één steel. Een klavertje vier, dat geknakt wordt door de oorlog. De gekleurde zeeprestjes, die na de oorlog worden bewaard in glazen potten bovenin de keukenkast, staan symbool voor de traumatische oorlogsherinneringen.

De voorstelling wordt gespeeld in scholen, bibliotheken, wijkcentra, kleine theaters, etc.; is geschikt voor 10 jaar en ouder.

-scenario/spel: Anita Poolman
-viool/muziekkeuze: Quirine van Hoek
-bron: ‘Gekleurde zeeprestjes’, uitgeverij Anita Poolman Producties, Den Haag 2014/2015

facebookpagina “We moeten vluchten!”

 

‘De kloeke Tesselscha’, een voordracht

'De kloeke Tesselscha'

Elck syn waerom
Maria Tesselschade (1594 – 1649)

Er is geen stad in Nederland of er is wel een straat of plein naar haar genoemd. Wie was nu eigenlijk Maria Tesselschade? Geboren op 25 maart 1594 in Amsterdam als derde dochter van Roemer Visscher kreeg ze bij haar doop de naam Tesselscha aan haar eigenlijk naam Maritgen toegevoegd. Een naam die haar vader haar gaf als herinnering aan de schade die hij leed als scheepsassuradeur toen enkele maanden voor haar geboorte een vloot schepen vrijwel geheel verging in een herfststorm voor de kust van Texel. Ze kreeg net zoals haar broer Pieter en zuster Anna een veelzijdige opleiding in o.m. allerlei vreemde talen, zingen, tekenen, schilderen, dichten en glas graveren. Ze werd ook geprezen om haar bloemsierkunst: een heel vergankelijke kunst.

Net zo vergankelijk bleken haar andere kunstuitingen, waarvan geen spoor is terug te vinden, op enkele gedichten na. Ze leeft voort in de woorden van haar tijdgenoten en dat waren niet de eerste de besten: P.C. Hooft, Brederode, Constantijn Huygens, Barlaeus, etc. Anna en vooral Tesselschade waren de ziel van het gezelschap in hun vaders huis en later bij logeerpartijen op het Muiderslot waar veel intellectuelen te gast waren bij slotvoogd P.C. Hooft. Tesselscha trouwde met oud-officier Allard Crombalgh. Ze kregen drie dochters. Man en kinderen zou ze overleven.

Het is fascinerend te zien hoe Tesselschade rustig haar eigen weg gaat in haar huwelijkskeuze en in haar geloof. Later keert ze openlijk terug naar het rooms-katholieke geloof, nog niet lang daarvoor in de Republiek afgezworen. Haar raadselachtige zinspreuk “Elck syn waerom” heeft een diepe zin. Ze is zich bewust, dat op de bodem van ieder hart wensen sluimeren die naar het onbereikbare zich uitstrekken en van welke niemand rekenschap kan geven.
Duur: 40 minuten

Bron:
-‘Het volk met lange rokken’, Elisabeth Keesing, E. Querido’s Uitgeverij BV, 1987
-voorwoord van Joan A. Patijn-Bijl de Vroe in brochure van solovoorstelling ‘De Kloeke Tesselscha’, 1987
-‘Een onwaerdeerlycke vrouw’, brieven en verzen van en aan Maria Tesselschade, Dr. J.A. Worp

‘Constanter’, een voordracht

'Constanter', monoloog

Dat noyt geen levend mensch min ledigh heeft geleeft
Constantijn Huygens (1596 – 1687)

Constantijn Huygens was zoon van Suzanne Hoefnagel, telg uit een Antwerpse koopliedenfamilie, en Christiaen Huygens, secretaris van de Raad van State. Na thuis een voorbeeldige opvoeding genoten te hebben, studeerde hij rechten in Leiden. In 1625 werd hij secretaris bij Prins Frederik Hendrik. Tot aan zijn dood zou hij drie prinsen van Oranje dienen. Een man van zeldzame ontwikkeling en betekenis op allerlei gebied met open oog voor nieuwe ontwikkelingen in kunst en wetenschap. Hij was kunstkenner en -adviseur, schrijver/dichter en musicus/componist. Zijn vrouw, Suzanne van Baerle, stierf op jonge leeftijd. Al vroeg stond hij dus alleen voor de opvoeding van zijn vijf kinderen. Zijn zoon Christiaen werd een wereldberoemde wis- en natuurkundige. Op 91-jarige leeftijd overleed Constantijn Huygens in ‘s-Gravenhage.

Waarom een voordracht over Constantijn Huygens? Jaren geleden kwam ik regelmatig op zijn buiten Hofwijck in Voorburg. Ik raakte steeds meer geïnteresseerd in deze veelzijdige man in wie je als het ware de hele cultuur van de Gouden Eeuw ziet weerspiegeld. Wat mij, afgezien van die ongelooflijke veelzijdigheid en kennis, treft, is de menselijkheid die uit zijn dichtwerk straalt. Hij was, altijd relativerend en intensief met dezelfde wonderlijke grote en kleine dingen in het leven bezig als waarvan wij nu zo vervuld zijn … Daarbij bediende hij zich van een nuchtere zelfspot: soms melancholiek, ontroerd; dan weer uitgelaten, vol humor en ook vlijmscherp. “Constanter” was zijn lijfspreuk. Hij streefde naar standvastigheid van geest en gemoed.

De voordracht ‘Constanter’ geeft maar een minuscuul deel van hetgeen Huygens op literair gebied heeft geproduceerd. ’t Is een persoonlijke keuze met als leidraad: Huygens’ levensloop.
Duur: ca. 40 minuten

De monoloog ‘Constanter’ is destijds in 1984 in première gegaan in Hofwijck daarna seizoenen lang te zien geweest in Nederland en België. Regie: Kees Coolen

‘Noem mij maar Kartini’

foto: Döne Aktas

Museon Den Haag (foto: Döne Aktas)


Vraag me niet wat ik wíl, vraag me wat ik mág
Kartini (1879 – 1904)

“Noem mij maar Kartini” was het typerende en bescheiden antwoord van Raden Adjeng Kartini op de vraag van een Nederlandse correspondentievriendin, hoe ze aangesproken wilde worden.
Brieven voornamelijk gericht aan mevrouw Abendanon, echtgenote van de directeur van het Departement van Onderwijs, Eredienst en Nijverheid, vormen de basis van de monoloog “Noem mij maar Kartini”. Ze zijn geschreven in de periode 1900 – 1904.

Toen ik jaren geleden een korte levensbeschrijving over Kartini las en wat later haar vele brieven, raakte ik onder de indruk van haar persoonlijkheid. Niet alleen door haar prachtige Nederlandse taalgebruik, maar ook door haar wilskracht, haar warmte en vooral door haar moed. Een jonge vrouw die in díe tijd – de vorige eeuwwisseling – opkwam voor de rechten van de vrouw, voor de rechten van haar landgenoten. Ondanks de tegenwerking die ze ondervond van haar naaste omgeving, ondanks de strenge inlandse gebruiken (de adat) die haar “kooiden”, hield ze vast aan haar idealen en ideeën. Keer op keer moest ze pijnlijke teleurstellingen incasseren en iedere keer weer zag ze een opening om toch haar doel te bereiken.
Tijdens het lezen van de brieven genoot ik van de ingetogen maar ook passievolle ontboezemingen van Kartini, van haar genegenheid voor haar familie en van haar grote liefde voor de Javaanse cultuur en natuur: de gamelanmuziek, het houtsnij- en goudsmeedwerk, de textiele kunst en niet te vergeten de zee.

De brieven hebben een eeuw later niets aan kracht ingeboet en geven een aangrijpend beeld van een leven van een regentendochter in het voormalige Nederlands-Indië dat bepaald werd door inlandse tradities, uithuwelijking, polygamie, invloeden van het kolonialisme en de westerse cultuur.

-tekst- en speladviezen: Trins Snijders
-duur: 90 minuten*
-eerste voorstelling: Theater Zwembad De Regentes, 19 oktober 2006
(*) Er zijn verschillende versie beschikbaar die in overleg aangepast kunnen worden. De voorstelling leent zich – indien gewenst – voor een nagesprek.

Anita Poolman werkt regelmatig samen met danseres Romanita Santoso. Deze versie van ‘Noem mij maar Kartini’ (een compositie van dans en woord) wordt afgewisseld met speciaal op de monoloog toegespitste Javaanse dansimprovisaties.