‘Alles in de wind’, spel- en taalproject (onderbouw basisschool)

Alles in de wind-hoofdpersonen

Met behulp van poëzie en versjes komen kinderen in aanraking met verschillende (taal)aspecten, zoals klank, rijm, articulatie, betekenis en gevoelens. Door middel van spel en improvisatie worden ze gestimuleerd hier zelf actief mee aan de slag te gaan. Aangesloten wordt bij de taalmethode waarmee de school werkt.

De lessen zijn een mengeling van taalbeleving, (poppen)toneel, spel en improvisatie en zijn – in overleg – gebaseerd op begrippen die in de klas worden behandeld.

In een van de versies van “Alles in de wind” is tijdens iedere les ondeugende, maar verdrietige poëziepaljas Olleke Bolleke van de partij. Hij is zijn zusje Rosa kwijt geraakt. Ze is verdwaald in dromenland. Alleen een heel oude toverspreuk kon haar terughalen: “Hebban olla vogala …..” Wat was toch het laatste woord van de spreuk? Brommerige mijnheer Zwaan biedt zijn hulp aan. De lessen blijven tot en met de feestelijke afsluitingsbijeenkomst spannend. Uiteindelijk wordt Rosa teruggevonden. Eind goed al goed!

Spel en leiding Anita Poolman

Activiteiten
-aantal lessen: 6 (in overleg aan te passen)
-duur les: ca. 45 minuten
-feestelijke afsluiting voor ouders/verzorgers/leerkrachten
-bundel met lesmateriaal

Voorbereiding:
-Van tevoren neemt Anita Poolman contact op met de leerkracht. Afspraken worden gemaakt over de opzet van de lessen, rekeninghoudend met de samenstelling van de groep en de taalmethode (piramide, schatkist, etc.).

Bestemd voor:
– groep 2/3
– in overleg: onder schooltijd; naschoolse opvang; verlengde schooldag/-tijd